English versionFree counter and web stats
Hoe verloopt een behandeling met implantaten?

Voordat implantaten kunnen worden aangebracht, vindt uitgebreid onderzoek plaats. Er wordt bekeken of de algemene gezondheid goed is en vervolgens wordt onder andere met behulp van röntgenfoto´s de conditie van het kaakbot onderzocht. Er wordt bekeken welk implantaat geschikt is, hoeveel implantaten er nodig zijn en welke suprastructuur kan worden gemaakt. Alle gegevens worden vastgelegd in een behandelplan.

De behandeling zelf verloopt in twee fasen:

De eerste fase is het plaatsen van het implantaat.
Eerst wordt een plaatselijke verdoving gegeven. Daarna wordt het tandvlees losgemaakt, zodat het bot zichtbaar wordt. Vervolgens worden gaatjes in bot geboord, waarna de implantaten in de opening getikt of geschroefd worden. Het tandvlees wordt tenslotte met hechtingen gesloten. Hoewel de behandeling zelf niet bijzonder belastend is, kan er kort na het inbrengen van de implantaten een lichte zwelling optreden. De napijn is in het algemeen gering, hiervoor krijgt u zonodig een pijnstillend middel voorgeschreven. Meestal is het noodzakelijk vloeibaar of zacht voedsel te gebruiken 1 á 2 weken na het aanbrengen van de implantaten.

Na het aanbrengen van de implantaten volgt een ´rustperiode´ van drie tot zes maanden, omdat het bot aan de implantaten moet vast groeien. Gedurende die maanden mogen de implantaten niet worden belast. Het is in deze periode meestal mogelijk een tijdelijke voorziening (noodkroon, noodbrug of kunstgebit) te maken. Uw tandarts zal u hierover vooraf informeren.

Na de rust periode volgt de tweede behandelfase, waarin op de implantaten een suprastructuur wordt gemaakt in de vorm van een kroon, een brug, of een overkappingprothese. Meestal zal hiervoor onder plaatselijke verdoving eerst een klein stukje van het tandvlees boven het implantaat worden weggenomen.

Gerealiseerd door Sanicom